Nikki Sterkenburg: Maar dat mag je niet zeggen

Boekbespreking

Je mag het dus niet meer over negers hebben. Het zijn zwarte mensen. En blanken zijn tegenwoordig wit. Die tegenstelling zwart/wit is uitgevonden in Amerika en bij ons via de Volkskrant ingevoerd. Het is bedoeld om ‘people of color’ als meerderwaardige mensen boven de kennelijk kleurloze witten te plaatsen. Hier doet Sterkenburg vrijwillig aan mee. Ze maakt zich — onbewust — schuldig aan racisme tegen ‘witten’.

Afgezien daarvan geeft Sterkenburg een goed en onbevooroordeeld beeld van wat er zoal aan de rechterkant van het spectrum leeft. Het meest interessante deel is het stuk over de Ideologische Zoekers, à la de leden van Erkenbrand. Zij willen zichzelf beteren om de leiders van hun eigen volk te worden.

Veelzeggend wel is dat ze de Erkenbrander Milan op haar eigen redactie niet als zodanig herkende. Ze sprak deze collega ook nooit. Typisch, want figuren als Sterkenburg wanen zich normaliter omringd door gelijkgestemden, en zijn dan opeens verbaasd wanneer dit niet zo is, terwijl rechtse ‘extremisten’ gewoon achter haar rug zitten op het werk. Doodnormale mensen.

Dit wegkijken noem ik een vorm van ‘ghosting’. Je gaat er dan vanuit dat die rechtsen eigenlijk niet bestaan of hooguit ergens in de riolen leven, makkelijk te herkennen aan hun Hitlersnorretjes, en dat de meeste andere mensen op straat toch allemaal netjes links of centrum zijn.

Die psychologische weigering rechtsen als onderdeel van het dagelijkse leven te verwachten, verraadt ten tweeden male dat Sterkenburg zélf discrimineert, alleen doet zij dit onbewust en op passieve wijze, terwijl rechtsen dat vaker openlijk doen.

Linkse mensen vergeten politiek andersdenkenden door te doen alsof ze niet bestaan. Dat is nou juist iets waar Sterkenburg de rechtsen van beschuldigt: uitlsuiting van andersdenkenden. Maar dan doelt de schrijfster opeens op homo’s en pedo’s, wat eigenlijk gedragingen zijn en geen overtuigingen.

Hier had ze dieper op in mogen gaan: de ‘mainstream’ bevolking vergeet dat ze niet alleen zijn. De wolven zijn er ook nog. Gewoon op kantoor. Het niet-verwachten van andersdenkenden in de eigen veilige omgeving is ook een vorm van uitsluiting.

Een groter minpunt is dat de schrijfster figuren als Wilders, Baudet, Tommy Robinson of Edwin Wagensveld (Pegida) doodleuk als witte mannen neerzet, terwijl bijvoorbeeld Robinson meermaals heeft toegegeven een Zionist van Joodse afkomst te zijn. Wilders en Baudet zijn met keppeltjes op gefotografeerd. Zijn dat dan Nazi’s?

Veel leiders van zulke rechtse clubs hebben banden met c.q. een voorliefde voor Israël. Zij vertegenwoordigen geenszins het autochtone geluid, wat volgens het boek Maar dat mag je niet zeggen marginaal blijkt.

Maar juist doordat Sterkenburg het wit/zwart verhaal toepast op haar eigen denken, verdwijnt ook het verschil tussen Joodse en blanke mannen. Allebei wit! Dat maakt wel wat uit, want is Pegida Nederland nu alleen maar anti-islam omdat de moslims zo slecht zijn, of omdat Wagensveld bang is Europese steun aan Israël kwijt te raken wanneer er te veel moslims naar Europa migreren?

Kijk, zulke vragen komen in het boek niet aan bod. Je had iets meer verwacht van een onderzoeksjournalist.

Find my books on AmazonAppleGoogleBarnes & Noble, or Kobo